Regeling CVO
[geldig tot: 31 december 2010]Civiele vliegtuigontwikkeling omvat het geheel van activiteiten gericht op het vergroten van de mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur om te participeren in de ontwikkelingsfase en de productie van civiele vliegtuigen.
Uitgebreide samenvatting – High Lights CVO-regeling
Het besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling is de uitvoering van het Regeringsstandpunt met betrekking tot de herstructurering en stimulering van de Nederlandse luchtvaartcluster van 15 december 1997 (Kamerstuk 1997/1998, 25820-1). Partijen in de luchtvaartcluster (industrie en kennisinfrastructuur) krijgen daarmee de kans te participeren in de ontwikkelingsfase en de productie van civiele vliegtuigen. Aanvullend op de CVO regeling publiceert de Minister van Economische Zaken jaarlijks de Uitvoeringsregeling CVO in de Staatscourant. In de Uitvoeringsregeling CVO worden de aspecten, die als mogelijke variabelen in de regeling CVO zijn opgenomen, geregeld. Het betreft variabelen als het jaarlijkse subsidieplafond voor de verschillende categorieën, het tarief van de rentecomponent, etc.
Het juridische kader voor de subsidiëring van civiele vliegtuigontwikkelingsprojecten is voor een belangrijk deel bepaald door de geldende internationale regelgeving; nl.
1. de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling (Pb EG 1996, C45), en 2. de in 1992 gesloten bilaterale overeenkomst tussen de Verenigde Staten en de Europese Economische Gemeenschap als toepassing van de GATT-overeenkomst inzake de handel in grote burgerluchtvaartuigen.
De volgende onderwerpen gerelateerd aan civiele vliegtuigen vallen binnen de regeling Civiele Vliegtuig Ontwikkeling:
- Structurele vliegtuigcomponenten,
- Ontwikkeling van materialen,
- Mechanische, elektrische of elektronische systemen,
- Software,
- Motorcomponenten,
- Trainings- en simulatiesystemen,
- Verbetering van ontwikkelings-, ontwerp- of productietechnologieën.
Een project moet passen binnen de civiele vliegtuigontwikkeling en moet daarnaast worden uitgevoerd in samenhang met activiteiten op het terrein van de vliegtuigbouw die buiten Nederland plaatsvinden. In de Uitvoeringsregeling heeft de Minister van Economische Zaken bepaald dat alleen projecten in aanmerking komen voor subsidiering die zijn gericht op de Airbus programma’s. Deze programma’s bieden, op basis van beschikbare kennis en ervaring, voor de civiele vliegtuigontwikkeling het meeste perspectief voor het verwerven van kwalitatief hoogwaardige werkzaamheden. Dit betekent dat projecten, die vallen onder programma’s van Boeing of andere vliegtuigbouwers niet in aanmerking komen voor subsidiering.
Subsidie mag worden verstrekt voor projecten, bestaande uit industrieel onderzoek of preconcurrentiële ontwikkeling.
Preconcurrentiële ontwikkeling staat dicht bij de markt. Het omvat het omzetten van de resultaten van industrieel onderzoek in plannen,schema’s of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, processen of diensten. Het omvat ook de fabricage van een eerste prototype dat niet voor commerciële doeleinden kan worden aangewend. Onder preconcurrentiële ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen of diensten; zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen zijn.
In de bilaterale overeenkomst is meer concreet aangegeven welke elementen deel uitmaken van de fase van preconcurrentiële ontwikkeling. Het betreft de volgende, voor de datum van certificering plaatsvindende activiteiten:
- Voorbereidend ontwerp,
- Technisch ontwerp,
- Windtunnel-, structureel systeem- en laboratoriumproeven,
- Technische simulatoren,
- Ontwikkelingswerkzaamheden outillage,
- Activiteiten ten behoeve van het verkrijgen van voor de certificering vereiste producten,
- Mallen en gereedschappen, machinegereedschappen uitgezonderd, voor het gebruik bij specifieke programma’s.
Indien het project bestaat uit preconcurrentiële ontwikkeling wordt de subsidie in de vorm van een krediet verstrekt. Hiervoor geldt:
- Indien het project wordt uitgevoerd ten behoeve van vliegtuigen, bestemd voor minder dan 100 passagiers of een daarmee overeenkomende vrachtcapaciteit, of indien het project betrekking heeft op motoren of onderdelen daarvan: 40 % van de projectkosten, doch niet meer dan door een door de Minister van Economische Zaken vast te stellen bedrag, zoals gepubliceerd in de Uitvoeringsregeling CVO. Het huidige maximum bedrag bedraagt € 8 miljoen.
- In andere gevallen 33 % van de projectkosten, doch niet meer dan door een door de Minister van Economische Zaken vast te stellen bedrag, zoals gepubliceerd in de Uitvoeringsregeling CVO. Het huidige maximum bedrag bedraagt € 10 miljoen.
- Het genoemde percentage wordt met 10% verhoogd indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB.
- Het tarief voor de vergoeding van rente wordt bij goedkeuring van het project vastgesteld en is vast over de totale looptijd van het project. De rente wordt jaarlijks gebaseerd op de Europese rekenrente en gepubliceerd in de Uitvoeringsregeling CVO. De huidige tarieven voor de vergoeding van de rente bedragen,
- 5.36 % voor vliegtuigprojecten met minder dan 100 passagiers of een daarmee overeenkomende vrachtcapaciteit, of projecten die betrekking hebben op motoren of onderdelen daarvan;
- 5.36 % voor de eerste 25 % van de projectkosten en 6.36 % voor de resterende 8 % bij vliegtuigen projecten anders dan hierboven genoemd.
Een afwijzing van de aanvraag volgt wanneer:
- De aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
- De projectkosten geraamd worden op minder dan een bij de regeling vastgesteld bedrag;
- Onvoldoende aannemelijk is, dat het project zonder de subsidie naar verwachting niet of met belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
- Onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
- Gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het project niet kunnen financieren;
- Onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
- Van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
Het beschikbare subsidieplafond wordt aangewend volgens het principe: “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Het moment van indiening van een aanvraag, die aan alle wettelijke voorschriften voldoet, is bepalend. Een aanvraag voldoet pas aan de wettelijke voorschriften, indien het aanvraagformulier volledig is ingevuld en ondertekend en alle bijlagen zijn ontvangen.
Het beschikbare bedrag wordt in volgorde van ontvangst de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
Bij het indienen van subsidieaanvragen, het aanvragen van subsidievoorschotten en het verzoek tot subsidievaststelling moet volgens de regeling gebruik worden gemaakt van door het NIVR ter beschikking gestelde formulieren. Deze formulieren kunnen boven aan deze pagina worden gedownload.